Bladpootrandwants

Wel eens gehoord van een Bladpootrandwants?

 

Vandaag ontving ik een foto van een wants die ik nog nooit gezien had. Hij leek zeldzaam, maar na enige informatie, blijkt de wants sinds 2007 in Nederland en 2006 in BelgiĆ« waargenomen te zijn.

Toch is elke eerste waarneming van iets, een bijzondere waarneming. Het is voor jou immers de eerste waarneming.

Zo ook deze bladpootrandwants, leptoglossus occidentalis.

Het is een excoot, afkomstig uit Amerika. Hij stamt van de geleedpotige, en is halfvleugelig, uit de familie randwantsen.

Zijn voedsel bestaat uit sap van vroege kegels van de conifeer.

Je kunt ze aantreffen in bossen, maar soms zijn ze gewoon in je tuin te vinden.

Bij verdediging kunnen ze enorm stinken, maar ook lekker ruiken, bv naar bananen of naar dennen.

Ze proberen je, bij bedreiging, te steken met hun steeksnuit, maar zijn nauwelijks in staat je te pijnigen, omdat de snuit eigenlijk bedoeld is om sappen op te nemen.

Een bijzondere verschijning, de Bladpootrandwants.

 

Deze foto is gemaakt in Belgiƫ. Fotograaf is Sebastiaan Grevengoed.

 

                                                                

 

wondere wereld onder water

Vreemde beestjes in de vijver.

 

Vandaag trof ik in mijn vijver een diertje aan wat ik nooit eerder gezien heb. Nou zal dat wel vaker gebeuren. Maar in een vijver, waar je geen diertjes in hebt gedaan, komen zomaar vreemde wezentjes langs zwemmen.

Allereerst zag ik daar een bootsmannetje. Nu ken ik die, maar toch, hoe komt zo’n diertje daar nou in? Later kijk weer even in mijn vijver en zie, een rupsachtig beestje met een lange staart. Ik heb gezocht en zie, het is een rattestaart. Het heeft niets met een rat te  maken en de staart zal later ook verdwijnen. Maar wat is het dan?

Een rattestaart is een larve van de blinde bij. O, zult u denken, bestaan er dan bijen die blind zijn? Nee, dieren hebben ogen en kunnen kijken. Alleen dieren diep in de zee en dieren in de grond hebben geen ogen of ogen die niet kunnen kijken. Een blinde bij is ten eerste helemaal geen bij. Het is een zweefvlieg. Hij lijkt wel heel sterk op een bij, maar steken kan hij niet. En blind? Hoor ik u denken. Nee, blind is hij allerminst. De blinde bij heeft veel haar boven zijn ogen, daar dankt het dier haar naam aan. Niet te min, voor mij was het een wonderlijke ontdekking. Nooit eerder gezien.

Hebben jullie, heeft u een vijver thuis? Ga eens rustig aan de rand zitten. Rustig, want waterdieren zien jou zitten en zullen naar beneden duiken. Kijk eens wat je allemaal langs ziet zwemmen.

Ik zou zeggen, ga op ontdekkingsreis door je eigen vijver. En wie weet wat jij voor wondertjes bij jou/u aantreft.

Heel veel plezier allemaal. 

Wants

Als ik zo wandel op de Veluwe, kom ik nogal eens wat mooie dingen tegen Zo was ik aan de wandel en zie, op een lijsterbes zit een diertje mij met grote ogen na te staren. Als ik dichterbij kom, draait hij zich om. Dan zie ik, nee, het zijn geen ogen, het zijn vlekken op zijn achtervleugels. Elke keer verbaas ik mij weer wat een bijzondere schepsel je overal tegenkomt. Grote dingen vallen ons nog wel op, maar aan het kleine gaan we dikwijls voorbij, we zien het niet. En toch, haast tropisch mooi zijn ze, die kleuren, zo prachtig. Ditmaal heb ik het over de Gestreepte Blindwants. Ook hier weer geen wetenschappelijke naam. Genieten van het bijzondere, dat wil ik graag met u, met jullie delen.

Jeugdige wants

Jeugdige wants Jeugdige Berkenwants

 

De berkenwants (Elasmucha grisea) is een insect, een wants uit de familie Acanthosomatidae.

De maximale lengte ligt meestal tussen 6 en 9 millimeter lang en het lichaam is enigszins driehoekig, en heeft zoals de meeste wantsen een duidelijk zichtbaar driehoekig 'schildje' op het midden van de rug, dit wordt ook wel scutellum genoemd.

De berkenwants is niet schadelijk voor de gezondheid. Ook de berkenboom waarop de berkenwants leeft, lijdt niet onder de berkenwants. Wel kan de berkenwants wat overlast veroorzaken. Door de grote aantallen is het soms vervelend als de wantsen voorkomen op bijvoorbeeld het terras, op de speelplek of in de woning. Als men de berkenwants doodslaat komt er een onaangename geur vrij.De kleuren van dit dier zijn soms prachtig rood met groen, maar ook meer bruine tot grijze exemplaren komen voor. Hij leeft dus op berken en zuigt plantensappen op.

Ook de jonge dieren (nimfen) leven van plantensappen en lijken vlak na de geboorte nog niet op de ouderdieren omdat ze afwijkende kleuren hebben en nog geen vleugels. Net uit het ei zijn ze nog zwart met een geel lijf, later kleuren ze groen met een gele lijnentekening.

Opmerkelijk is dat de moederwants haar eieren en de pas uitgekomen jongen een tijd bewaakt. Vlak nadat de nimfen een eigen weg gaan zit haar taak erop en sterft ze korte tijd later. Ook zoeken de vrouwtjes elkaar op en bewaken elkaars jongen waardoor grote hoeveelheden nimfen kunnen worden aangetroffen.  Het komt wel meer voor dat insecten de eitjes en/of de jongen beschermen, maar dat diverse ouderdieren elkaars jongen bewaken gaat net iets verder. Bij deze soort heeft de aanwezigheid van roofdieren als mieren daar waarschijnlijk mee te maken; zonder bescherming van de moeder worden de nimfen binnen korte tijd allemaal opgegeten.

 

 

waarnemingen

Maandag 12 mei.

Heide op de Veluwe.

Even deed ik een uitstapje over de heide, op de Stakenberg. Het eerste wat mij opviel was de vergrassing. Het pijpenstrootje geeft de heide weinig kans tot opbloeien.

Maar wat meer opviel is de, dood lijkende, heide. Dood lijkend, want dood is het niet. Boosdoener is het heidehaantje. Vorig jaar heeft dit haantje grote heidenvelden kaalgevreten. Omdat er nauwelijks vorst van betekenis is geweest, hebben veel haantjes het overleeft. Ook nu zie je alweer heidehaantjes aan de nog resterende groene loten vreten. 

De rups van de hageheld op deze kaalgevreten stukken hebben het moeilijk. Ik heb er diverse dunne, half ingeteerde rupsen gezien. Iets verder de hei op is de heide meer groen en zie je heerlijk gezonde, dikke rupsen, een heel verschil. 

Op de kale stukken zie je de heide op de toppen een poging doen jong groen aan te maken. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 Gewoon toch bijzonder

Vandaag was ik nog even op ons adoptieterrein "Landgoed Gerven/Blarinckhorst". Even kijken of ik nog iets bijzonders zag voor onze eindpresentatie donderdag 22 mei a.s. Alles groeit en bloeit en ziet er prachtig voorjaar uit. Plotseling valt mijn oog op een heel klein vlindertjes, een mot eigenlijk. Ik dacht, zooo, vast zeldzaam. Maar bij thuiskomst in de boeken gekeken, en helaas, niet zeldzaam. Maar voor mij toch helemaal nieuw Ik had zo'n beestje nog nooit gezien. Wat is het nou voor diertje? Ik laat de wetenschappelijke namen achterwegen, er zijn genoeg site over te vinden. Maar de Nederlandse naam is Geelband Langsprietmot. Op de foto hierbij zie je hoe bijzonder mooi zo'n klein diertje, zo opvallend, onopvallend op een blad kan zitten. 

 

Heel bijzonder om te zien.

 

 

 


Jeugdige Berkenwants

 

De berkenwants (Elasmucha grisea) is een insect, een wants uit de familie Acanthosomatidae.

De maximale lengte ligt meestal tussen 6 en 9 millimeter lang en het lichaam is enigszins driehoekig, en heeft zoals de meeste wantsen een duidelijk zichtbaar driehoekig 'schildje' op het midden van de rug, dit wordt ook wel scutellum genoemd.

De berkenwants is niet schadelijk voor de gezondheid. Ook de berkenboom waarop de berkenwants leeft, lijdt niet onder de berkenwants. Wel kan de berkenwants wat overlast veroorzaken. Door de grote aantallen is het soms vervelend als de wantsen voorkomen op bijvoorbeeld het terras, op de speelplek of in de woning. Als men de berkenwants doodslaat komt er een onaangename geur vrij.De kleuren van dit dier zijn soms prachtig rood met groen, maar ook meer bruine tot grijze exemplaren komen voor. Hij leeft dus op berken en zuigt plantensappen op.

Ook de jonge dieren (nimfen) leven van plantensappen en lijken vlak na de geboorte nog niet op de ouderdieren omdat ze afwijkende kleuren hebben en nog geen vleugels. Net uit het ei zijn ze nog zwart met een geel lijf, later kleuren ze groen met een gele lijnentekening.

Opmerkelijk is dat de moederwants haar eieren en de pas uitgekomen jongen een tijd bewaakt. Vlak nadat de nimfen een eigen weg gaan zit haar taak erop en sterft ze korte tijd later. Ook zoeken de vrouwtjes elkaar op en bewaken elkaars jongen waardoor grote hoeveelheden nimfen kunnen worden aangetroffen.  Het komt wel meer voor dat insecten de eitjes en/of de jongen beschermen, maar dat diverse ouderdieren elkaars jongen bewaken gaat net iets verder. Bij deze soort heeft de aanwezigheid van roofdieren als mieren daar waarschijnlijk mee te maken; zonder bescherming van de moeder worden de nimfen binnen korte tijd allemaal opgegeten.